Johannes Reinier Smalt

 

Mijn bet-overgrootvader Johannes Reinier Smalt speelde in het Rotterdamse muziekleven van de 19e eeuw een vooraanstaande rol, allereerst als Secretaris van de Maatschappij ter bevordering van de Toonkunst, maar ook als organisator bij het toenmalige muziekgezelschap Eruditio Musica, als muziekrecensent bij de Rotterdamsche Courant, en als ‘de ziel’ van het Landelijk Muziekfeest in 1854 dat eveneens in Rotterdam plaatsvond. Rotterdam was toen een ongezonde stad waar de cholera duizenden slachtoffers maakte. De bevolking was er zeer krap gehuisvest binnen stadswallen daterend uit de zestiende eeuw. Maar dergelijke omstandigheden deerden Smalt en andere pioniers van de klassieke muziek in Nederland niet: zij bleven volharden in hun wens om een volwaardige Nederlandse muziektraditie op te bouwen, naar het voorbeeld van Duitsland en Frankrijk. Rotterdam speelde daarin een voortrekkersrol: er heerste een mentaliteit waarin betrekkelijk makkelijk mensen te vinden waren die iets wilden ondernemen of steunen, ook als het vrij zeker was dat het zakelijk gewin nihil zou zijn. Iemand als Smalt, een zakenman in granen, spendeerde nagenoeg zijn hele vermogen aan de bevordering van het culturele leven in Rotterdam, niet alleen door het organiseren van concerten maar ook door er grote namen naartoe te halen (zoals de Schumanns) en door het helpen oprichten van een muziekopleiding van hoge kwaliteit. Samen met zijn beste vriend Jan Pieter Heije die de landelijke leiding had over Toonkunst wilde hij muziek ook bereikbaar maken voor iedereen. Smalts niet aflatende inspanningen gedurende twintig jaar leidden er toe dat de allereerste Mattheus Passion van Bach in Nederland tot uitvoering kwam in 1870, en dit natuurlijk in Rotterdam. Dat Bachs meesterwerk tegenwoordig een alom geliefd muziekstuk onder alle lagen van de bevolking is geworden, zou Johannes Reinier Smalt heel gelukkig hebben gemaakt!   

Dit is zijn vrouw Hermina Francina.


Mijn vader vertelde dat zij de muziek in de familie binnengebracht heeft. Zijn ouders en voorouders waren tabak- en graanhandelaars geweest, en zeelui die van muziek geen kaas gegeten hadden. Maar Hermina zong, en in hun huis kwam algauw een Erard fortepiano te staan en hielden zij muzieksalons.  Johannes Reinier kreeg de smaak te pakken. Zijn liefde voor muziek werd zijn levenswerk. Intussen kregen zij samen tien kinderen, waarvan er twee al jong stierven. Aan de acht andere had Hermina haar handen vol. Toen de Schumanns in 1853 voor de tweede keer naar Nederland kwamen was de kleine Willem net een maand oud. Het is dan ook niet waarschijnlijk dat Johannes Reinier zijn vrouw mee kon nemen naar de concerten.

Bij de geboorte van het elfde kind , in 1863, bezweek Hermina in het kraambed. Ze was pas 37 jaar oud. Oudste zus Ida neemt de moederrol over en het huis van Johannes Reinier zal voor zeven jaar  in rouw gedompeld zijn. Zijn vriend Jan Pieter Heije schrijft op die droevige dag een brief vol medeleven, beginnend met: Mijn arme vriend...

Toch, na deze sombere tijd, komt er een nieuwe liefde in zicht waar Jan Pieter Heije ditmaal een blijde brief over schrijft met de aanhef: Mijn gelukkige vriend!...

Dit is het muziekfeest wat mijn betovergrootvader in Rotterdam organiseerde, vanuit de Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst. Het was in 1854 en groots opgezet. Hij had er heel zijn hart in gestopt, en het werd een groot succes. Orkest- en koorwerken werden tot uitvoering gebracht  en diverse beroemheden vonden hun weg naar Rotterdam.